© Wim Kloppenburg. Laatste update 6 februari 2024.
Made with Xara Web Designer+

Een nieuw lied: mét of zónder moderne technologie?

Het lied ‘Earth and all stars’ van de Amerikaanse dichter Herbert Brokering (1926-2009) met een verrassende melodie van de in Nederland geboren kerkmusicus Jan Bender, inspireerde Marijke Bleij-Pel tot het schrijven van een Nederlandse bewerking. Ze is daarbij heel vrij met de tekst omgegaan en heeft de zes strofen gecomprimeerd tot vier. Brokerings tekst gaat over héél erg veel aspecten: het heelal, de wereld, het leven, levende en dode natuur, menselijke emoties, arbeid, muziek, kunst, moderne techniek, en dat alles in halve zinnetjes of korte kreten. In de formulering van de dichter zelf: ‘I tried to gather into a hymn of praise the many facets of life which emerge in the life of community. So there are the references to building, nature, learning, family, war, festivity. Seasons, emotions, death and resurrection, bread, wine, water, wind, sun, spirit… Wat je ook maar kunt bedenken, alles wordt opgeroepen, bijvoorbeeld: Loud clashing cymbals! loud humming cellos! Sing to the Lord! Maar ook: Earth and all stars! Loud rushing planets! Classrooms and labs! Loud boiling test tubes! en zelfs: Loud shouting army! Sing to the Lord! Kennelijk gingen niet alleen de zingende reageerbuisjes en het schreeuwende leger de vertaalster te ver, – eigenlijk heeft ze het hele lied omgebogen naar een meer bijbels taaleigen dat een sterker accent legt op mens en natuur dan op techniek en sport. Om iets van de moderniteit te bewaren wilde ze in strofe 3 aanvankelijk behalve olie en vuur ook nog dreunende boren oproepen om Gods lof te zingen. Helaas, zelfs die waren voor de redactie van Zingend Geloven te gewaagd; het moesten hagel en winden worden. Wim Pendrecht schreef in het commentaar bij Zingend Geloven: Een nieuw lied voor de Heer wordt blijkbaar (nog) niet zo makkelijk verbonden met de dreunende boren van onze dagen, al is onze wereld er vol van. De discussie over hedendaagse functionele beeldspraak in verband met het moderne kerklied is hiermee geenszins ten einde. Want waarom worden hagel en winden eenvoudiger geaccepteerd dan de dreunende boren, die de bijbelse noties zouden tegenwerken? Of hebben natuurverschijnselen op een of andere wijze toch een meerwaarde ten opzichte van het menselijk maakbare? Wie het weet mag het zeggen. Gezang 490 uit het Liedboek voor de Kerken (1973): ‘Hier is een stad gebouwd’*) van Huub Oosterhuis, zou wel eens bepalend kunnen zijn voor een echte vernieuwing. Immers, Oosterhuis schuwt beelden als ‘haast en verkeer’ en ‘fabriek en flat’ in geen geval. Niettemin staat – en dat is dan kennelijk het probleem – duidelijk Psalm 96 model voor dit nieuwe lied. ‘Zingt den Heer een nieuw lied, / zingt den Heer, gij ganse aarde’. De vier strofen leveren de argumenten om dat nieuwe lied aan te heffen, dat uitmondt in een refrein van verwondering en glorie tegenover de Here God. Regen, zon, bloemen, gras, duister, licht, mensen, dieren, bergen, dalen, zeeën, maar ook olie en vuur, stenen en koren, bouwers en boeren, lichaam en geest, dansers, dichters, ouderen, kinderen, deze hele lange reeks levende en levenloze schepselen en scheppingen zingen ‘voor de Heer een nieuw lied’. Juist deze lange opsomming, verbonden met het acht maal terugkerende ‘Zingt voor de Heer een nieuw lied’ werkt stimulerend, het hele lied door. Andere accenten en verdichtingen door bijvoorbeeld rijm kunnen daarom gemist worden. Het zijn de aanstekelijke beelden en het ritme die het hem doen, opgetild door de verrassende melodie van de Nederlands-Duitse Amerikaan Jan Bender.
Regen en zon, aarde en hemel
bladeren
Uit M&L 2008 nr. 6.
bladeren
De kerkmusicus Jan Oskar Bender werd in 1909 in Haarlem geboren. Kort voor zijn geboorte overleed zijn vader, en zijn moeder, die afkomstig was uit Lübeck, verhuisde in 1922 met haar vier kinderen naar haar geboortestad. Zijn eerste orgellessen kreeg Jan Bender van de organist van de Marienkirche, prof. Karl Lichtwark. Daarna studeerde hij in Leipzig, onder andere bij de bekende Thomaskantor Karl Straube. Toen in 1933 de Nationaal- Socialisten aan de macht kwamen, keerde Bender terug naar Nederland, maar een jaar later ging hij opnieuw naar Lübeck, om zijn studie voort te zetten bij Hugo Distler (1908-1942), met wie hij een hechte vriendschap sloot. Bender was één van de eerste leden van de door Bruno Grusnick opgerichte Lübecker Sing- und Spielkreis die als eerste de nieuwe composities van Distler uitvoerde. Een merkwaardig incident vond plaats in december 1936. Bender was toen organist in de St.Gertrudkirche. Toen in deze kerk een predikant van de ‘Deutsche Christen’ voorging, weigerde Bender te spelen. Er werd een vervanger gevonden, maar deze kreeg door een onduidelijke oorzaak geen geluid uit het orgel! Bender werd van sabotage beschuldigd, gearresteerd en vier maanden gevangen gehouden in concentratiekamp Sachsenhausen, waar hij onder anderen Martin Niemöller ontmoette, één van de belangrijke voormannen van de ‘Bekennende Kirche’. In 1939 werd Bender opgeroepen voor militaire dienst. In de slag bij Leningrad in 1941 raakte hij gewond en werd hij aan één oog blind. In de laatste oorlogsdagen werd hij naar het westelijk front gestuurd, waar hij door de Amerikanen krijgsgevangen werd gemaakt. Voor de kampdiensten schreef hij eenvoudige liedbewerkingen die later werden gebundeld in het Auricher Singbüchlein. Vanaf 1953 was Bender als Kirchenmusikdirektor verbonden aan de St.Michaeliskirche (de ‘Bach-kerk’) in Lüneburg.

Naar de Verenigde Staten

Een ontmoeting met enkele Amerikaanse kerkmusici leidde tot een uitnodiging om gastcolleges te komen geven in de Verenigde Staten. Zijn manier van lesgeven werd kennelijk bijzonder gewaardeerd, want in 1960 aanvaardde hij een benoeming als ‘Assistent Professor’ aan het Concordia Teachers College in Seward, Nebraska en vijf jaar later werd hij docent compositie aan de Wittenberg University in Springfield, Ohio. Hij was ondermeer betrokken bij de totstandkoming van het Lutheran Book of Worship (1978). Tot aan zijn pensionering in 1976 bleef hij in de Verenigde Staten wonen, daarna keerde hij terug naar Duitsland, waar hij in 1994 overleed. Jan Bender heeft meer dan 1500 composities op zijn naam staan. De invloed van zijn vriend en leermeester Hugo Distler is altijd herkenbaar gebleven, met name in de strenge stemvoering en de puntige ritmiek, maar af en toe klinkt in zijn werk ook de invloed door van de Amerikaanse muziekcultuur, bijvoorbeeld in de vorm van een jazz- achtige, syncopische ritmering.

Hergebruik…

Eén van Benders meest opvallende acties met betrekking tot de nalatenschap van Hugo Distler is het feit dat hij één van diens melodieën aan de vergetelheid heeft ontrukt, of misschien moeten we zeggen ‘uit de doofpot heeft gehaald’. Het betreft de melodie die Distler in 1938 schreef voor een liedtekst van Hermann Harder ter ere van de Anschluß van Oostenrijk: ‘Deutschland und Deutsch-Österreich, einem Stamm entsprossen’. Ik weet niet hoe ‘vrijwillig’ Distler deze opdracht heeft geaccepteerd; van zijn leerling en vriend Jan Bender wist hij wat de gevolgen van een weige - ring konden zijn… Dertig jaar later vond Bender het een goed idee om deze melodie opnieuw te gebruiken, maar nu als drager van een tekst van Martin Franzmann die in alle opzichten het tegendeel is: ‘Weary of all trumpeting, weary of all killing’! Het lied is in verschillende Ameri kaanse bundels opgenomen. Jan Benders beweegreden: ‘dan komt die melodie toch nog goed terecht…’
‘Flugblatt’ met het feestlied ter gelegenheid van de Anschluß van Oostenrijk in 1938.
Bijzonder hergebruik van de melodie van Dister, in Ecumenical Praise, Illinois 1977.
2. Duister en licht, mensen en dieren, zingt voor de Heer een nieuw lied. Bergen en dalen, bruisende zeeën, zingt voor de Heer een nieuw lied. Refr. 3. Olie en vuur, hagel en winden, zingt voor de Heer een nieuw lied. Stenen en koren, bouwers en boeren, zingt voor de Heer een nieuw lied. Refr. 4. Lichaam en geest, dansers en dichters, zingt voor de Heer een nieuw lied. Ouderen stil en kinderen juichend, zingt voor de Heer een nieuw lied. Refr.
t.Herbert Brokering, v*.Marijke Bleij-Pel, m.Jan Bender. ZG2 146

Earth and all stars! Loud rushing planets!

*) Tot verbazing van velen is dit lied van Huub Oosterhuis, dat bij de verschijning van het LbK in 1973 zowel enthousiast ontvangen als fel bekritiseerd werd, niet opgenomen in Liedboek-2013.

De bijzondere levensloop van Jan Bender (1909-1994)

De Engelse tekst van Herbert Brokering en de melodie van Jan Bender zijn gepubliceerd in Contemporary Worship 1, Hymns, i.o.v. de Lutherse Kerken in de Verenigde Staten uitgegeven door Concordia Publishing House, St.Louis, Missouri. In andere hymnals is de tekst van Brokering afgedrukt met een (klassiekere) melodie van David N. Johnson. Herbert F. Brokering (1926-2009) was als predikant verbonden aan verschillende Lutherse kerken in de Verenigde Staten. Zijn vader was afkomstig uit Duits- land, en Herbert volgde een deel van zijn theologische opleiding in Kiel en Erlangen. Hij publiceerde verschil- lende hymn-teksten; ‘Earth and all stars!’ is één van de bekendste liederen van zijn hand. Verder was hij actief in de Lutherse Wereldfederatie en de Wereldraad van Kerken.

De melodie

De melodie is door Jan Bender speciaal voor déze tekst gemaakt en dat is duidelijk te merken. Het enigszins dwarse, onconventionele karakter van de oorspronkelijke tekst wordt door de vitaliteit van de noten onderstreept. Het begin is nog erg klassiek; de eerste regel komt vrijwel overeen met die van ‘Zonne der gerechtigheid’ (óók in D-groot! zie LB 967; LbK gz.313), maar heeft door de maatwisseling een ‘onrustiger’, stuwender karakter. Twee- en driedelige maatsoorten wisselen elkaar voortdurend af; vanaf het begin achtereenvolgens: 2/2, 5/4 (=2+3), 3/2 (3x2), 7/4 (2+2+3), 6/4, 6/4, 3/2. Vanaf de slotnoot van het couplet zijn er zes 3/4 maten; bij ‘glorie’ begint een 5/4 maat. Het vraagt om een strak, voortvarend tempo! Opvallend zijn de achtste noten in regel 2 en 4; ze illustreren het woord ‘Sing!’. Niet alleen de tekst van regel 2 maar ook de melodie wordt – een kwart hoger – herhaald. De c waarmee regel 4 begint, werkt na de cis van ‘tak- ken’ bijna als een ‘blue note’, en markeert de modulatie naar de subdominant G. Het refrein voert weer terug van G-groot naar D-groot. De Nederlandse tekst past in de derde regel heel mooi bij het melos: voor ‘bloemen en gras’ moet je bukken, de ‘waaiende takken’ bevinden zich boven je hoofd. Ook in strofe 2 (‘bergen en dalen – bruisende zeeën) en 4 (‘ouderen stil en kinderen juichend’) wordt de tekst mooi ondersteund. Jammer dat Marijke Bleij in regel 1 ‘aarde en hemel’ niet heeft omgedraaid…
De kerk St.-Gertrud in Lübeck (ingewijd in 1910), in de jaren ’30 het toneel van de felle Kirchenkampf tussen de leden van de Bekennende Kirche en de Nationaal-Socialistische Deutsche Christen. Overigens bleef de predikant van de Deutsche Christen tot 1973 aan de St.-Gertrud verbonden…
Wim Kloppenburg  Hymnologie