© Wim Kloppenburg. Laatste update 6 februari 2024.
Made with Xara Web Designer+
Jezus Christus, onze Heiland
t.Martin Luther, v.Pieter Boendermaker, m.Luther(?);LbK gz. 204

Paaspreek

De tekst van Luthers uiterst beknopte Paaslied is voor het eerst gedrukt in 1524 in Eyn Enchiridion oder Handbüchlein, daar met een andere melodie. De melodie waarmee het lied bekend werd, verscheen in het Wittenbergse Gesangbuch van Josef Klug (1533; de eerste druk uit 1529 is verloren gegaan) en kreeg haar uiteindelijke vorm in het gezangboek van Valentin Babst (Leipzig 1545). ‘Jesus Christus unser Heiland’ is één van de meest intrigerende liederen uit het Paasrepertoire; het slaat zo'n volstrekt andere toon aan dan de meeste andere Paasgezangen! We kijken naar de drie korte coupletten, de Duitse tekst en de vertaling van P. Boendermaker. Temidden van alle Paasjubel en alle uitbundige halleluja-refreinen met triomfantelijk trompetgeschal is dit Paaslied wel erg sober en verstild. En dan die refreinregel: Kyrieleison – Heer ontferm U. ‘Jezus Christus heeft de dood overmand’, – daar hoort toch zeker een Halleluja achteraan?! Maar Luther zingt: ‘Jezus Christus heeft de dood overmand, Kyrie eleison’. Waarom? Eigenlijk is dit lied de meest kernachtige en moderne Paaspreek die je je kunt voorstellen. Alles staat erin: de betekenis van het lijden, het sterven èn de opstanding van Christus. Boendermaker schrijft: Typerend voor Luther is ook hier weer dat de passie in het lied is opgenomen als deel van het gehele paasgebeuren. En juist omdat alles erin staat, ontbreekt in dit lied de triomfantelijke hoerastemming van Paasliederen als ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’. De evangelisten beschrijven de Paasmorgen helemaal niet feestelijk. Bij Mattheus is sprake van zowel blijdschap als vrees, bij Lucas van schrik en ongeloof, en Marcus schrijft zelfs over de vrouwen bij het graf dat ‘siddering en ontzetting haar hadden bevangen’. Luther is in zijn Paaslied dus niet uitbundig. Je kunt de sfeer van het lied eerder omschrijven als iets van stille verwondering. Er is wel sprake van blijdschap, maar die blijdschap blijft ingehouden. Der Text des Liedes ist vielleicht der genialste des ganzen Gesangbuchs: in welchem anderen ist in drei knappen Vierzeilern die ganze Fülle und Unbegreiflichkeit der biblischen Botschaft zum Ausdruck gebracht? Dieses Lied sollte zum festen Bestand österlichen Singens gehören. Hans Rudolf Siemoneit [De tekst van dit lied is misschien wel de geniaalste uit het hele gezangboek: in welk ander gezang is in drie bondige coupletjes van vier regels de gehele volheid en onbegrijpelijkheid van de bijbelse boodschap onder woorden gebracht? Dit gezang kan uit het vaste repertoire van Paasliederen niet gemist worden.] Gezang 204 maakt ons duidelijk dat het om een geloofsgeheim gaat, niet om een biologisch mirakel dat met applaus wordt begroet. Pasen is een geheimenis; wie een bewijs wil zien wordt, net als de ‘ongelovige’ Thomas, terechtgewezen. Er is van de opstanding geen foto gemaakt, maar er wordt een verháál doorverteld. ‘Jezus Christus, onze Heiland, heeft de dood overmand’, dat betekent niet dat nu alle leed geleden is. De angst, de pijn, het geweld en de dood zijn sinds de Paasmorgen niet uit deze wereld verdwenen. De vroege Kerk heeft dat heel goed begrepen: ze gaf de zondagen direct na Pasen weliswaar namen als Jubilate en Cantate (‘jubelt’ en ‘zingt’), maar naar Pinksteren toe wordt de toon steeds donkerder, van zingen via bidden naar smeken. Want juist wie het licht van de Paasmorgen heeft gezien, ontdekt des te scherper het duister van deze wereldtijd. Een goed Paaslied heeft dus zowel het Halleluja als het Kyrieleis in zich. Het heeft de maten van Kyrie èn Gloria. We roepen Gods ontferming in over deze wereld, waar mensen elkaar vernederen, martelen en laten verhongeren; oorlogsgeweld is aan de orde van de dag en we hebben vaak het gevoel, volstrekt machteloos te staan. Maar dat gevoel van machteloosheid slaat bij Luther niet om in wanhoop, want ‘Tod, Sünd, Leben und Gnad, alles in Händen er hat’. Alles is in zijn hand, de dood en het leven, het geluk en de nood, het verdriet en de vreugde. Is dat niet hetzelfde als wat Willem Barnard verwoordt één van zijn liederen? Gods goedheid is te groot voor het geluk alleen…

Verstilde melodie

Luthers tekst heeft een ingetogen melodie meegekregen. Het is niet duidelijk of de melodie ook van Luthers hand is, maar in elk geval wordt de gedachtengang van de tekst door de melodie nog eens op een indringende manier onderstreept. We worden óók door de noten onontkoombaar geconcentreerd op de geheimen waarover de tekst spreekt. Het merkwaardige is, dat er bijna niets gebeurt: geen grote omvang, geen sprongen, – bijna helemaal traps- gewijs beweegt de melodie zich binnen de omvang van een kwint. Alleen de beginnoot van de derde regel breekt heel even uit deze ambitus. In het Compendium bij het LbK schrijft W.G. Overbosch over ‘de middelste regel die naar buiten breekt – het is alsof we het graf zien opengaan. Maar er “gebeurt” verder om zo te zeggen bijna niets, we zouden ons ook wel vergist kunnen hebben...’ Opvallend zijn de dubbellange noten aan het begin van de eerste en derde regel; het lied vraagt om een rustig, meditatief tempo. Er is trouwens nog iets dat opvalt: de melodie begint op een a' en je verwacht eigenlijk dat de slottoon ook een a' zal zijn. Maar de noten van het Kyrieleis dalen af tot de e'. Niet alle zestiende-eeuwse bronnen hebben de lange noten aan het begin van regel 1 en 3; en in ELG en EG ontbreken ze dan ook. Verder zijn er na 1600 veel koor- en orgelbewerkingen ontstaan waarin de melodie aan het einde weer terugbuigt naar de begintoon a. Kennelijk had men toen moeite met de enigszins zwevende modaliteit van het origineel. De bijzondere kleur van tekst én melodie zal er wel de oorzaak van zijn dat het lied ná Bach uit de liedbundels verdwenen is. In de negentiende eeuw werd het niet meer gezongen en zijn er ook geen bewerkingen meer over geschreven. Pas in onze eeuw is het herontdekt en heeft het theologen, dichters/vertalers en componisten opnieuw geïnspireerd. Waarom zou de redactiecommissie van Liedboek-2013 dit herontdekte “geniale lied over de volheid en onbegrijpelijkheid van de bijbelse boodschap” afgewezen hebben?!
Ein Lobgesang auf das Osterfest Jesus Christus, unser Heiland, der den Tod überwand, ist auferstanden, die Sünd hat er gefangen. Kyrie eleison. Der ohn Sünden war geboren, trug für uns Gottes Zorn, hat uns versöhnet, daß Gott uns sein Huld gönnet. Kyrie eleison. Tod, Sünd, Leben und auch Gnad, alls in Händen er hat; er kann erretten alle, die zu ihm treten. Kyrie eleison.
Jezus Christus, onze Heiland, heeft de dood overmand. Ten derden dage zijn zonde_en dood verslagen. Kyrie eleison. Zonder zonde_is Hij geboren, droeg voor ons 's Hoogsten toorn; voor ons gestorven heeft Hij Gods gunst verworven. Kyrie eleison. Nu is alles, zonde_en doodsnacht, leven, heil, in zijn macht. Hij kan behouden wie zich Hem toevertrouwden. Kyrie eleison.

Passie en Pasen als overwinning

Bij gezang 204 uit het Liedboek voor de Kerken

Mede dankzij de lutherse theoloog Pieter Boendermaker (1893-1977) zijn veel liederen uit het Duitse taalgebied die in het vergeetboek dreigden te raken, behouden gebleven. Zo vertaalde hij voor het Evangelisch Luthers Gezangboek (ELG, 1955) één van de Paasliederen van Luther: ‘Jesus Christus, unser Heiland, der den Tod über wand’. Zijn vertaling werd ook opgenomen in het Liedboek voor de Kerken van 1973. In Liedboek-2013 ontbreekt het helaas.
Gepubliceerd in O&E 1998 nr.3. Voor deze website bewerkt maart 2021. Muziekopname toegevoegd 24 april 2023.
Bronnen: - Kulp, Büchner, Fornaçon (red.), Die Lieder unserer Kirche. Göttingen 1958, p.135. - Hans Rudolf Siemoneit, Mehrstimmiges Gemeindesingen. Berlijn 1962. - Johannes Heimrath en Michael Korth, D. Martinus Luther. Ein feste Burg. Luthers Kirchenlieder nach der Ausgabe letzter Hand von 1545. München/ Zürich 1983.
bladeren
bladeren
Wim Kloppenburg  Hymnologie
Lied 9 uit Geystliche Lieder. Mit einer newen Vorrede d. Mart. Luthers. Valentin Babst, Leipzig 1545. (In het LbK is het lied een kwart lager genoteerd.) In deze editie zien we de genoemde dubbel lange noot (brevis) van regel 1 en 3, precies aan het begin en het einde van de bovenste notenbalk.
‘Zittern und entsetzen’ Marcus 16,8. Lutherbijbel
Twee bewerkingen van ‘Jesus Christus, unser Heiland’: a. Hans Leo Hassler, 1608 b. Helmut Bornefeld 1949 Matinencantorij o.l.v. Wim Kloppenburg