3) Engelstalige liedbundels buiten Engeland (Verenigde Staten, Australië) hebben vrijwel zonder uitzondering een lange noot aan het eind van de eerste refreinregel.
The English Hymnal 1906/1933. Muziekredactie: Ralph Vaughan Williams (1872-1958). Zie Vaughan Williams en The English Hymnal
1) Zie de website van de r.k. Society of Saint Gregory
Andere refreintekst Tot mijn verrassing ontdekte ik dat er buiten het Verenigd Koninkrijk al meer dan honderd jaar Engelstalige hymnals bestaan waarin het probleem van de overgang tussen de laatste twee regels op een bijzonder eenvoudige manier is opgelost, namelijk met een kleine wijziging in de tekst: Rejoice, rejoice, O Israel, To thee shall come Emmanuel. Dat men daar in Engeland nou nooit opgekomen is… Ik trof de tekst aan in het interessante Hymnal van de Amerikaanse tak van de Franse Ordre des Frères Maristes (1913; zie afbeelding). Helaas staan er geen melodieën in het boekje. De gewijzigde tekst is ter keuze afgedrukt onder het oorspronkelijke refrein. Na enig zoeken vond ik de tekst ook in recentere liedboekjes, zoals The Veritas Hymnal van de Katholieke Kerk in Ierland (Dublin 1974). Alleen is ‘thee’ daar vervangen door ‘you’. Het alternatieve refrein is ook te horen in een aantal hedendaagse “classical-crossover”-arrangementen op YouTube (Anna Hawkins).
1
2
3
© Wim Kloppenburg. Laatste update 5 november 2023.
Made with Xara Web Designer+

Tekst en vertaling

Vooral dankzij de talloze opnamen van beroemde Engelse jongenskoren is dit gezang in de twintigste eeuw één van de bekendste Adventsliederen geworden. Toch is de geschiedenis van dit lied nooit helemaal opgehelderd. Men veronderstelt dat het latijnse origineel in de 13de eeuw of zelfs eerder is ontstaan. Dat is niet onwaarschijnlijk, maar helaas is er geen oudere bron bekend dan het jezuïtische gezangenboek Psalteriolum Cantionum Catholicarum (Keulen 1710). De anglicaanse priester John Mason Neale (1818-1866) publiceerde in Medieval Hymns (1851) de latijnse tekst met een vertaling die hij in latere publicaties nog verschillende keren herzien heeft (zo was ‘O come, o come’ oorspronkelijk ‘Draw nigh, draw nigh’). Er was in die tijd veel belangstelling voor dit soort oude liederen; het paste precies bij de idealen van de Oxford Movement in de Anglicaanse Kerk: vernieuwing door herbronning. De tekst bezingt vijf oudtestamentische titels waarmee al vroeg in de Middeleeuwen de verwachte Messias wordt aangeduid. Eigenlijk is het lied daarmee ‘incompleet’; in de week voorafgaande aan het Kerstfeest zong men in de kloosters tijdens de Vespers iedere avond een andere antifoon waarin de Messias werd aangeroepen, zeven maal dus: de beroemde zeven O-antifonen. Die reeks begint dus (afhankelijk van de kalender) ergens in de week van zondag Gaudete (‘verblijdt u’), de derde Adventszondag, genoemd naar de Introïtus-antifoon uit Filippenzen 4: 'Verblijdt U in de Heer te allen tijd'. Dat klinkt door in het refrein ‘Gaude!/Rejoice!/Weest blij!’ Het waren deze liturgische, hymnologische en kalendarische verbanden die Willem Barnard op zijn beurt inspireerden tot zijn al spoedig geliefd geworden en graag ge- zongen vertaling ‘O kom, o kom, Immanuël’.

1.

O kom, o kom Immanuël

‘Rituel à l'usage d'une abbaye de femmes’

Weliswaar is het Portugese manuscript nog niet teruggevonden, maar in 1966 heeft de musi- cologe Mary Berry in de Bibliothèque Nationale in Parijs wel een ándere bron ontdekt: een vijf- tiende-eeuws Franciscaans rituale/processionale, waarschijnlijk afkomstig uit een Clarissen- klooster. Op de bladen 89v. tot 100v. vinden we het gezang ‘Bone Jesu’, een strofisch lied van acht coupletten. Het is een reeks tropen bij een responsorium uit de uitvaartliturgie: ‘Libera me, Domine, de morte aeterna’ (‘Verlos mij, Heer, van de eeuwige dood’). De melodie van het ‘Bone Jesu’ blijkt exact overeen te komen met ‘O come, o come Emmanuel’, alleen worden de eerste twee melodieregels herhaald. Er is in de bundel van Helmore dus helemaal niets bewerkt, aangepast of ‘geromantiseerd’! Tussen de coupletten van het ‘Bone Jesu’ staat steeds een kort incipit dat verwijst naar een fragment van het ‘Libera me’. De liedstrofen zijn dus bedoeld als interpolatie bij het responsorium. De tekst is een gebed voor de gestorvenen, gericht tot Jezus en tot verschillende heiligen. Zoals in bijgaande afbeelding is te zien, wordt in de eerste strofe Jezus aangeroepen en in de tweede Maria (halverwege de tweede pagina). De eerste twee regels van de melodie worden steeds herhaald. Tussen strofe 1 en 2 zien we de verwijzing naar het volgende fragment van het ‘Libera me’ (‘Quando celi’). Ondertussen blijft het een raadsel hoe Thomas Helmore (of Neale of Jenner) deze melodie ontdekt kan hebben en hoe hij op het idee kwam om deze te gebruiken voor de Engelse vertaling van ‘Veni, veni Emanuel’. Bij nader inzien past de tekst ‘Veni, veni Emanuel’ eigenlijk beter bij deze melodie dan ‘Bone Jesu’! Het past zó goed – let bijvoorbeeld op de toonherhalingen ‘gaude, gaude’ – dat ik er van overtuigd ben dat ‘Veni, veni Emanuel’ de oorspronkelijke tekst is bij deze melodie! Het wachten is op herontdekking van Helmore’s bron...
Twee achtereenvolgende linkerpagina’s (89v. en 90v.) uit het Franse processionale met het eerste couplet (‘Bone Jesu’) en het begin van het tweede (‘Maria fons dulcedinis’). De melodie met de markante begindrieklank re-fa-la is duidelijk herkenbaar. Op de tegenoverliggende recto-zijden (90r. en 91r.; hier niet gereproduceerd) staat de bijbehorende tweede stem. Een transcriptie van de tweestemmigheid is hier te downloaden.
Gezang 125 uit het Liedboek voor de Kerken

De melodie

Voor wat betreft de herkomst van de melodie heeft men lange tijd in het duister getast, en hoewel er in de tweede helft van de twintigste eeuw nieuwe ontdekkingen zijn gedaan, is de primaire bron nog steeds niet gevonden. In de meeste liedboeken staat als bronvermelding alleen ‘Franse melodie (15de eeuw?) / Thomas Helmore’. Het Compendium bij het Liedboek voor de Kerken tekent hierbij aan: Zeker is alleen, dat de notering in het Liedboek afkomstig is van de anglicaanse predikant Thomas Helmore (1811- 1890), – één van de enthousiaste voorstanders van de z.g. 'Oxford Movement' in haar eerste periode; romantisch- gretig heeft men in die jaren geprobeerd op het Gregoriaans terug te grijpen, met alle gevolgen van dien voor de er uit resulterende restauratiewerkzaamheden. Wat Helmore in de vijftiger jaren van de negentiende eeuw precies in handen heeft gehad, is niet meer na te gaan. Thomas Helmore heeft het lied, met de melodie in kwadraatnoten, opgenomen in deel II van zijn invloedrijke verzameling The Hymnal Noted. De bronvermelding ‘uit een Frans Missaal in de Nationale Bibliotheek te Lissabon’, is door latere onderzoekers met enig wantrouwen bekeken, vooral omdat niemand het genoemde Missaal ooit heeft gezien. Bovenstaand citaat uit het Compendium lijkt zelfs te suggereren dat Helmore of iemand anders uit de Oxfordbeweging de melodie zo al niet zelf verzonnen dan toch op z’n minst in romantische zin bewerkt heeft. Maar volgens een aantekening van Helmore uit 1881 was de melodie hem aangereikt door Neale, de vertaler de tekst, terwijl anderen beweren dat het de anglicaanse bisschop Henry Jenner (1820-1898) was die én de latijnse tekst én de melodie in Lissabon ontdekt en overgeschreven zou hebben…
A. 1. Veni, veni Emanuel, captivum solve Israel, qui gemit in exilio privatus Dei filio. R. Gaude, gaude, Emanuel est natus pro te, Israel! 2. Veni o Jesse virgula, ex hostis tuos ungula de specu tuos tartari educ, et antro barathri. R 3. Veni, veni o oriens solare nos adveniens, noctis depelle nebulas, dirasque noctis tenebras. R 4. Veni clavis Davidica, regna reclude coelica, fac iter tutum Superum, et claude vias inferum. R 5. Veni, veni Adonai, qui populo in Sinai legem dedisti vertice in Majestate gloriae. R
B. O come, O come, Emmanuel, And ransom captive Israel, That mourns in lonely exile here, Until the Son of God appear. Rejoice! Rejoice! Emmanuel Shall come to thee, O Israel. O come, Thou Rod of Jesse, free Thine own from Satan’s tyranny; From depths of hell Thy people save, And give them victory o'er the grave. R O come, Thou Dayspring, come and cheer Our spirits by Thine advent here; Disperse the gloomy clouds of night, And death’s dark shadows put to flight. R O come, Thou Key of David, come And open wide our heav’nly home; Make safe the way that leads on high, And close the path to misery. R O come, O come, Thou Lord of Might, Who to Thy tribes, on Sinai’s height, In ancient times didst give the law In cloud and majesty and awe. R
C. O kom, o kom, Immanuël, verlos uw volk, uw Israël, herstel het van ellende weer, zodat het looft uw naam, o Heer! Weest blij, weest blij, o Israël! Hij is nabij, Immanuël! O kom, Gij wortel Isaï, verlos ons van de tyrannie, van alle goden dezer eeuw, o Herder, sla de boze leeuw. R O kom, o kom, Gij Oriënt, en maak uw licht alom bekend; verjaag de nacht van nood en dood, wij groeten reeds uw morgenrood. R O kom, Gij sleutel Davids, kom en open ons het heiligdom; dat wij betreden uwe poort, Jeruzalem, o vredesoord! R O kom, die onze Heerser zijt, in wolk en vuur en majesteit. O Adonai die spreekt met macht, verbreek het duister van de nacht. R
t.13de eeuw(?), v.W.Barnard (2 versies), m.15e eeuw(?);LbK gz.125;LB 466
Veni, veni Emanuel
Voor M&L 2014 nr.6 schreef ik een artikel over het Adventsmotet O kom. o kom Immanuël, een liedmotet over LbK gz.125 van Gerrit de Marez Oyens (1922-2013). Aan dat artikel heb ik toen twee aparte bijlagen toegevoegd. 1. Een in memoriam voor Gerrit de Marez Oyens, aan wiens overlijden in december 2013 nauwelijks aandacht was besteed. 2. Een tekst ‘Over LB 125 en NLB 466’ vanwege het feit dat in het toen net nieuwe Liedboek-2013 het door Gerrit de Marez Oyens bewerkte gezang was vervangen. De inhoud van deze webpagina komt grotendeels overeen met de onder 2. genoemde tekst, maar is voor wat betreft de herkomst van de melodie gedetailleerder. De paragrafen ‘To pause or not to pause’ en ‘Andere refreintekst’ heb ik toegevoegd in augustus 2023.
Bronnen: ‘Veni, veni, Emanuel’ in Hugh Keyte, Andrew Parrott, The new Oxford Book of Carols. Oxford 1992, p.42vv. ‘Hymn 49’ in Maurice Frost (ed.), Historical Companion to Hymns Ancient & Modern, London 1962. Het genoemde Rituale is online in te zien op de website van de Bibliothèque Nationale (Rituel à l'usage d’une abbaye de femmes, 1490-1510. Fonds latin 10581).
Zoals we hierboven zagen, bezingt het lied ‘O kom, o kom, Immanuël’ slechts vijf van de zeven O-antifonen. Dat bracht Willem Barnard ertoe een nieuwe versie te schrijven waarin alle zeven Messiastitels, en dan ook nog in de klassieke volgorde, aan de orde zouden komen. Dat resulteerde in een geheel nieuw lied. Zelfs het refrein is veranderd; slechts de strofe over de wortel Isaï heeft de dichter ongewijzigd overgenomen. De nieuwe tekst verscheen al in Barnards Verzamelde Liederen (VL, 1968). In de ‘Verantwoording en toelichting’ in VL schrijft Barnard: In een eerdere poging deze Adventsgebeden te verdietsen en tot een kerkgezang samen te voegen, ben ik uitgegaan van een engelse versie (O come, o come, Emmanuel, zie bijvoorbeeld English Hymnal, no. 8) die de melodie volgde die ook in het liedboek voor de kerken staat en zich tot vijf strofen beperkte. Slechts vijf van de zeven antifonen die als o-antifonen bekend zijn uit het oude latijnse missaal kwamen zo tot hun recht, in een bovendien omgekeerde volgorde. [...]. Bij nader inzien leek het mij gewenst, de tekst van die latijnse bewoordingen nauwkeuriger te volgen, in de klassieke rangschikking, dus beginnend bij Sapientia en besluitend met Emmanuel. Wel heb ik de inmiddels bekend geworden liedvorm en de melodie gerespecteerd. De tekst komt dus, wat mij betreft, in de plaats van lied 125 uit het liedboek voor de kerken. In de hier aangeboden versie is het persistente veni veni (o kom), waarmee elke strofe begon, losgelaten. Ook het wees blij van het keervers heb ik vervangen. Het gaude(te) van de adventszondag moet voor mijn oor met verblijd u worden vertaald, niet met wees blij! En het bleek mij niet mogelijk aan de latijnse tekst enig recht te laten weder- varen, wanneer elk strofe zou moeten beginnen met dat o kom! Ik heb dat dan ook naar het refrein verplaatst en het werkwoord ‘verblijden’ op een andere manier dan in het Gaudete-lied (verblijdt u in de Heer), namelijk transitief, in de laatste regel gezet. Het al te ‘blatende’ van het refrein zoals het nu in het liedboek voor de kerken staat is daarmee vermeden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nogal verbaasd was toen ik dit las. Zelden hoor je een dichter (een aspect van) zijn eigen werk als ‘geblaat’ kwalificeren… Het gaat dus duidelijk om twee verschillende liederen. LbK 125 is een vertaling van het twaalfde-eeuwse(?) ‘Veni, veni Emmanuel’, waarbij Barnard mede geïnspireerd werd door de Engelse bewerking uit de negentiende eeuw. In VL 191 daarentegen volgt de dichter de oorspronkelijke, veel oudere O-antifonen; maar hij gebruikt daarvoor de melodie van het andere lied. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de nieuwe tekst qua woord-toonverhouding minder geslaagd is dan LbK 125. Regel 4 heeft bij het melisma een lettergreep te veel. Botsingen tussen melodie- en tekstaccent, bij ‘Ko-níng’ (str.6) en ‘ze-gén’ (str.7) komen in LbK 125 niet voor. En, wat de dichter ook moge beweren, de markante melodie-inzet van het refrein past toch beter bij het ‘weest blij, weest blij’ van LbK 125 (origineel: gaude, gaude! / rejoice, rejoice!) dan bij ‘o kom, ja kom’. Maar Barnard heeft natuurlijk gelijk: qua betekenis en vooral qua klank is ‘weest blij’ geen ideale vertaling, maar er bestaat in het Nederlands nu eenmaal geen betere weergave van ‘Rejoice’. De werkwoorden die ervoor in aanmerking komen zijn allemaal wederkerend (zich verblijden, zich verheugen) en hebben dus een gebiedende wijs van drie lettergrepen. Desondanks vind ik LbK 125 in z’n totaliteit van tekst en melodie een sterker lied dan VL 191.
Barnard, Verzamelde liederen nr.191 Sapientia [1] Op aarde plant het kwaad zich voort, de waanzin voert het hoogste woord, het zaad verdort, de oogst wordt schraal, o wijsheid, daal als vruchtbare taal! O kom, ja kom, Emmanuel! Verblijd uw volk, uw Israël! Adonai [2] Verlichte wolk en lopend vuur, zo waart gij eens op aarde hier, die onze Heer en Meester zijt, zie neer en kom in majesteit! Emmanuel [7] Zegen het volk dat vrede wil, maak Israël gerust en stil, wees uw belofte, neem ons aan, Emmanuel, bewijs uw naam!
Liedboek – Zingen en bidden… lied 466 Sapientia – Wijsheid 1. O wijsheid, daal als vruchtbare taal! het zaad verdort, de oogst wordt schraal, op aarde plant het kwaad zich voort, de waanzin voert het hoogste woord. O kom, o kom, Emmanuel! Verblijd uw volk, uw Israël! Adonai 2. O kom, die Heer en Meester zijt, verschijn ons toch in majesteit! Verlichte wolk en lopend vuur, zo waart gij eens op aarde hier. Emmanuel 7. Emmanuel, bewijs uw naam! wees uw belofte, neem ons aan, zegen het volk dat vrede wil, maak Israël gerust en stil.
Blijkbaar vond men het mooier(?!) of consequenter om bij elke strofe de Messias-titel meteen in de eerste regel te plaatsen, en dus heeft men in de coupletten 1, 2 en 7 de volgorde van de regels veranderd. Dat doet nogal geforceerd aan, en het gaat ten koste van de zeggingskracht; in VL 191 zijn deze strofen ‘spannender’. Kijk bijvoorbeeld naar het eerste couplet. Dat begint met een klacht over woekerend kwaad, waanzin-woorden, verdorring en schrale oogst, – en vanuit die nood wordt de Wijsheid aangeroepen. Want zij is in dat alles het tégendeel, wat wordt samengevat in slechts twee woorden: vruchtbaar en taal. In LB 466 wordt, door het omdraaien van de volgorde, de conclusio reeds bij het begin als het ware ‘weggegeven’... To pause or not to pause Het is al anderhalve eeuw (!) een discussiepunt in Engeland, niet alleen in Anglicaanse kring 1) : moet de eerste regel van het refrein ‘Rejoice! Rejoice! Emmanuel’ eindigen met een lange noot – en bijbehorende adempauze – of met een korte noot, zodat je beide refreinregels zonder onderbreking kunt doorzingen? In de twee bekendste en meest verbreide Hymnals komen we beide interpretaties tegen: *) In de eerste editie (1861) stond hier een halve noot, in alle edities vanaf 1875 een hele noot met punt. In de eerste editie (1906) is de halve noot de teleenheid i.p.v. de achtste. Wie heeft er nu gelijk? Als we kijken naar de tekst dan is het duidelijk dat de grammaticale zin niet overeenkomt met de muzikale zin: “the pause makes the first part of the refrain an instruction to Emmanuel to rejoice!” Rejoice! Rejoice! Emmanuel [adem] De Engelse vertaling Gaude, gaude, Emanuel Shall come to thee, O Israel! volgt hier het Latijn 2) : est natus pro te, Israel! Het effect wordt visueel nog versterkt door de gewoonte om alle versregels af te drukken met een beginkapitaal. Dus, zeggen sommigen, “if you don’t want to make nonsense of the words”(!), dan moet de tekst, en dus ook de melodie, bij het enjambement dóórlopen, zoals in The English Hymnal. Voor anderen prevaleert de structuur van de melodie. Want die mag dan van laat-middeleeuwse herkomst zijn, in de Engelse musiceerpraktijk werd de Latijnse hymne als vanzelf een Anglicaanse hymn: een klassieke Long Metre (8.8.8.8) met refrein (8.8): zes zinnen in een consequente maatsoort, elk met een lange slotnoot. Eigenlijk is dat bij de kwadraatnotatie van Helmore reeds het geval: iedere regel, ook de vijfde, eindigt met met een virga (noot met stok) en een pausa minor. Het inkorten van de slotnoot van de eerste refreinregel doorbreekt deze regelmaat. Qua tekst is het verbinden van beide regels dus begrijpelijk, maar muzikaal is het onbevredigend. Merk op dat nu juist in Hymns Ancient & Modern, dat beschouwd kan worden als ‘het Liedboek van de Oxford Movement’, de aanvankelijke halve noot in latere edities is vervangen door een gepunteerde hele noot. Sinds 1860 verschillen de hymnals in Engeland 3) op dit punt niet alleen per uitgever, maar zelfs per editie: halven, kwarten of achtsten als teleenheid, al dan niet met een lange noot aan het eind van de eerste refreinregel. Een uitvoering met doorlopende refreinregels zal veel mensen vertrouwd in de oren klinken, o.a. door de bekende BBC-uitzendingen en cd-opnamen van de Carols from King’s. Zou dát de reden zijn waarom de redactie van Liedboek-2013 in lied 466 een kwartnoot heeft genoteerd aan het einde van regel 5? Want een tekst- probleem doet zich in het Nederlands helemaal niet voor! Niet in LbK gz.125 (waar dus wél een lange noot staat) en ook niet in LB 466: LbK 125 LB 466 Weest blij, weest blij, o Israël! O kom, o kom, Emmanuel! Hij is nabij, Immanuel! Verblijd uw volk, uw Israël.

2. Op aarde plant het kwaad zich voort

A. Eén van de ‘Sirenes Adventuales’ uit Psalteriolum Cantionum Catholicarum. Keulen, 1710 B. De vertaling van John Mason Neale, uit Hymns Ancient & Modern, 1861. C. De vertaling van Willem Barnard uit De tale Kanaäns, een leergang liederen, 1963/LbK gz.125.

3. Een verminkte versie: O wijsheid, daal als vruchtbare taal!

De nieuwe tekst van Barnard is, met de klassieke, hierboven besproken melodie van het Veni, veni Emanuel opgenomen in verschillende liedbundels (zie kolom rechts), en ook in Liedboek-2013, maar daar is het niet te vinden in de inhoudsopgave. De redactiecommissie heeft namelijk gemeend een aantal wijzigingen te moeten aanbrengen, waardoor je het lied nu moet zoeken onder ‘O wijsheid, daal als vruchtbare taal’. Hieronder de originele strofen 1, 2 en 7 en de gewijzigde versie in LB 466.
De nieuwe tekst van Willem Barnard, op de melodie van LbK gz.125. Het lied is o.a. te vinden in het Oud- Katholiek Gezangboek (nr. 559) en in de Evangelische Liedbundel (nr. 99). Liedboek-2013 (Lied 466) geeft een sterk gewijzigde versie (zie onder).
bladeren
bladeren
Wim Kloppenburg  Hymnologie
Hymns Ancient & Modern 1861/1875. Muziekredactie: William Henry Monk (1823-1889).
*)
LB 466. Overbodige ingreep…
Drie versies; ga naar: 1. O kom, o kom, Immanuël 2. Op aarde plant het kwaad zich voort
2) Althans in woordvolgorde, niet in betekenis. In overeenstemming met het woordspel ERO CRAS wordt in de Engelse tekst de komst van Emma- nuel aangekondigd, terwijl Hij in het Latijnse refrein al geboren is (‘natus pro te’).
3. O wijsheid, daal als vruchtbare taal
pause
Strofe 1 uit The Hymnal noted 1854. Merk op dat de laatste regel een letter- greep (en een noot!) te veel heeft; in latere uitgaven is dit verbeterd.
Conclusie De kwartnoot in LB 466 is een volstrekt overbodige ingreep. Men kan hier gewoon een halve-met-punt van maken. Maatwisselingen zijn niet nodig.